Dan komt de tijd dat ik word opgeroepen om het land te dienen. Ik was lichting 70-4 en kwam op 20 juli 1970 in Oirschot in de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninck Kazerne. Met de trein naar Eindhoven en daar overstappen in de achterbak van een dikke Daf en naar de kazerne. Daar aangekomen je jezelf melden en naar een grote filmzaal om te horen wat er van je verwacht werd, dat je uiteindelijke doel Seedorf in Duitsland zou zijn en dat je vanaf dat moment onder de krijgstucht viel. Na de uitleg en een film kijken kon je je kloffie op gaan halen. Groene hemden tot bijna aan je knieën een wollen zwembroek en al het andere benodigde. En de eerste tijd liep je in een overall en droeg je een pet en werd je door de oudere bolle genoemd. Ik was ingedeeld bij de 42e schoolcompagnie der Limburgse Jagers Bcie, als infanterist. Mijn slapie was een jongen uit Den Haag, Jimmy† en toen wij voor de eerste keer met weekendverlof mochten, zei mijn verloofde die mij eerst op straat zo voorbij liep omdat ze mij niet herkende in mijn legerkloffie, wat praat je raar. Maar door die Hagenees en omdat ik zelf ook in Den Haag gewoond had, nam je het Haags lullen zo weer over. Een van de anderen op mijn kamer was Wiel†, wie ik na 50 jaar niet gezien of gesproken te hebben toch nog zou ontmoeten.
Daarna naar de ruimte waar je samen met je nieuwe maten gedurende de opleiding verbleef. Wij sliepen in stapelbedden, op een zaal met 14 man. Het was erg warm die zomer en ik weet nog dat we injecties moesten halen. Twee lange rijen en aan het begin van elke die rij twee hospikken die allebei een arm voor hun rekening namen. Ik stond nogal achteraan en je zag de een na de ander omvallen omdat ze niet tegen prikken konden en mede door de warmte. Ook ik werd na de prikken draaierig en een mede hospik nam mij mee naar buiten waar ik voorover moest zitten en mijn hoofd omhoog moest drukken terwijl hij die tegenhield, en zo kwam je weer bij. De eerste veertien dagen moest je ook op de kazerne blijven. Je werd dus klaargestoomd om te dienen als zandhaas in Seedorf. Je kreeg een wapen, (FAL) en leerde hoe die te gebruiken, maar vooral hoe je die moest onderhouden.
In dienst, 42e schoolcompagnie der Limburgse jagers Bcie
Je moest je wapen zien als een heilig bezit! Je leerde schieten met je wapen, op het schietterrein en op de Harskamp. Na een tijdje kreeg je andere indelingen, en kwam de TLV (terugstootloze vuurmond) de Carl Gustav in beeld. Al naar kunnen werd je later schutter of helper, de helper kreeg een Uzi en de schutter een pistool, ik dacht een Browning FN Ik werd dus schutter. Als nu zoek op TLV Carl Gustav, zie ik dat ze uitgerust zijn met een echt vizier, maar volgens mij zat er toen een simpel rondje op met een kruis. Als je er mee ging schieten, moest de helper de munitie plaatsen (laden) en was hij klaar kreeg je een tik op je helm zodat je wist dat je kon richten en schieten. Als soldaat bij de pantserinfanterie werden wij vervoerd in de AMX Pri.
Ik moest dan al rijdend instappen en onze sergeant (fanatiek vrijwillig in dienst net 21/22 jaar) zou wel even voordoen hoe dat ging. Nou dat ging dus mis, hij miste de handgreep en ging languit de modder in. Ik moest wel mijn lachen inhouden, maar had wel binnenpret.
De AMX Pri, zoals deze bij ons in gebruik was. Deze staat bij het Militair museum in Soesterberg.